Hoe trek je het gebruik van ICT uit de sfeer van ‘hobbyisme’?

Na adviezen in 2003 en 2008 is de Onderwijsraad opnieuw met een advies over de relatie onderwijs en ICT gekomen. Het onlangs verschenen rapport Doordacht digitaal is een brede verkenning van het thema ‘Onderwijs in het digitale tijdperk’, maar voegt niet veel toe aan de oude rapporten. De Onderwijsraad vraagt zich nog steeds af waarom leraren de mogelijkheden van ICT nauwelijks benutten. Helaas draagt de Onderwijsraad weinig concrete oplossingen aan. ‘Doordacht digitaal’ is een gemiste kans! Wat moet er dan wel gebeuren?

Reeds in 2003 adviseert de Onderwijsraad in Www.web-leren.nl dat de kwaliteit van het onderwijs beter kan als docenten digitale leermiddelen gaan arrangeren en ontwikkelen. Maar in 2008 constateert de Onderwijsraad dat hier weinig van terecht komt en dat er zelfs een steeds grotere kloof ontstaat tussen de mogelijkheden van ICT en de daadwerkelijke benutting door leraren (Onderwijs en open leermiddelen, 2008).

Teleurstellend na zoveel jaren is de constatering van de Onderwijsraad in hun op 9 mei 2017 verschenen rapport ‘Doordacht digitaal‘ dat digitalisering nog steeds iets is van een kleine groep ‘hobbyende’ leraren.Hoewel het rapport pleit voor een ‘doordachte digitalisering’ om optimaal te profiteren van de mogelijkheden van ICT, komt de Onderwijsraad met slechts drie weinig concrete aanbevelingen:

  1. Garandeer een adequate ICT-infrastructuur op scholen
  2. Trek het gebruik van ICT uit de sfeer van hobbyisme
  3. Experimenteer in kleinschalige ICT-projecten en ontwikkel een visie op onderwijs en ICT.

Een adequate ICT-infrastructuur is op veel scholen geen enkel probleem. Op mijn school gaan duizenden leerlingen tegelijk op WIFI. Draadloos internet is op school net zo vanzelfsprekend als gas, water en elektra. Scholen die in gebreke blijven wat betreft een adequate ICT-infrastructuur moeten worden aangesproken door de Onderwijsinspectie.

Voor BVE-net, de voorloper van Kennisnet, heb ik rond de eeuwwisseling kleinschalige projecten uitgevoerd om ervaring op te doen met onderwijs en ICT. Toen al bleek dat een geavanceerde elektronische leeromgeving effectieve leerstrategieën kan versterken en dat formatieve feedback deels kan worden geautomatiseerd.
De Onderwijsraad focust vooral op digitale leermiddelen, maar uit de kleinschalige pilots blijkt dat leerlingen worden gemotiveerd door een combinatie van het ‘klassieke’ leerboek met de ‘moderne’ elektronische leeromgeving (Onderwijs met ICT motiveert, 2017).

Mijn ervaringen met kleinschalige ICT-projecten zijn exemplarisch voor veel BVE-net en Kennisnet projecten. De opschaling van kleine pilots tot grotere digitale innovaties is echter in veel gevallen mislukt, omdat faciliteiten voor het arrangeren en ontwikkelen van digitale leermiddelen volstrekt ontoereikend zijn. Het gebruik van ICT in het onderwijs is na al die jaren nog steeds voorbehouden aan ‘early adopters‘, de kleine groep van ‘hobbyende’ leraren zoals de Onderwijsraad nu constateert.

“Leraren die nu zelf materialen ontwikkelen of bewerken, doen dit overwegend in eigen tijd.”

Hoe trek je het gebruik van ICT uit de sfeer van ‘hobbyisme’?
De Onderwijsraad erkent dat TIJD het voornaamste struikelblok is voor het gebruik van digitale leermiddelen, maar komt niet met concrete oplossingen.
Dat docenten onvoldoende tijd hebben om hun taken naar behoren uit te voeren is breed uitgemeten in de medewerkersonderzoeken van Effectory. Zowel het VO als het MBO scoren diepe onvoldoendes.

Deze verontrustende resultaten worden bevestigd door recent onderzoek van ECABO. Docenten met te veel lesgebonden taken hebben géén tijd voor professionalisering en te weinig tijd voor innovatie!

Dat docenten te veel lessen geven is inmiddels ook doorgedrongen tot de Tweede Kamer, die daarom in juni 2016 de motie ‘Tijd voor kwaliteit‘ (Van Meenen en Ypma) heeft aangenomen. Het is jammer dat de Onderwijsraad in hun advies aan de Regering geheel voorbij gaat aan deze belangrijke motie die de lestaak van docenten reduceert tot maximaal 20 lessen per week. De Wet Onderwijstijd biedt tegenwoordig ruimte om lessen in de elektronische leeromgeving ook te laten meetellen als onderwijstijd. Maar het begrip ‘onderwijstijd’ wordt niet eens genoemd in het advies ‘Doordacht digitaal’.
Een gemiste kans.

Al jaren wordt in Nederland gepraat over onderwijs en ICT. De overkill aan onderwijs en ICT congressen hindert onderwijsinnovatie (Van Hove, 2011). Desondanks komt de Onderwijsraad na twee decennia van praten opnieuw met het advies visie te ontwikkelen over de relatie tussen onderwijs en ICT.

Estland heeft het stadium van visie ontwikkelen al lang achter zich gelaten. Dit land heeft een moderne digitale cultuur geïncorporeerd in het onderwijs door een waslijst aan concrete maatregelen. Zo beschikken alle scholen over een elektronische leeromgeving en heeft elke docent een laptop (The Estonian Lifelong Learning Strategy 2020).

Estland heeft volgens de OECD het beste onderwijs van Europa! In het advies ‘Doordacht digitaal’ ontbreekt helaas een verwijzing naar de concrete maatregelen van Estland.
Nog een gemiste kans!


Concrete maatregelen

Het is maar de vraag of het advies van de Onderwijsraad digitalisering van het onderwijs uit de sfeer van ‘hobbyisme en altruïsme’ gaat trekken. De aanbevelingen van de Onderwijsraad zijn erg breed geformuleerd. Maatregelen om het gebruik van ICT in het onderwijs te stimuleren kunnen veel concreter. Hieronder staan een paar voorbeelden van concrete maatregelen:

  1. De motie ‘Tijd voor kwaliteit‘ van Van Meenen en Ypma wordt uitgevoerd. Dit betekent concreet dat docenten maximaal 4 lessen per dag verzorgen. Met deze lestijdreductie houden docenten tijd over om ICT te gebruiken in hun onderwijs.
  2. Een moderne digitale cultuur wordt, net als in Estland, geïncorporeerd in heel het onderwijs. Maatregelen om tot een digitale cultuur te komen zijn op veel scholen in Nederland niet vanzelfsprekend:
    • alle leraren en leerlingen beschikken over laptops of tablets
    • alle scholen beschikken over draadloos breedband internet
    • alle scholen beschikken over een geavanceerde elektronische leeromgeving.

 


Drie fasen model: In dit model wordt klassikaal onderwijs (in-de-Les) geflankeerd door andere onderwijsvormen (vóór-de-Les en na-de-Les), bijvoorbeeld opdrachten en (oefen)toetsen in de elektronische leeromgeving.

Gepubliceerd door

Eus van Hove

Blended Learning Professional (BLP)

5 gedachten over “Hoe trek je het gebruik van ICT uit de sfeer van ‘hobbyisme’?”

  1. Mooi stuk, maar ook weinig nieuws. De concretere maatregelen in Estland, los van een eigen laptop en een goede ict-infrastructuur, zie ik niet voorbijkomen. Is er ruimte om samen voor te bereiden? Geeft de gem. docent in Estland minder les? Hoe is de professionalisering van ‘de’ docent geregeld: van overheidswege of ook ‘hobbyisme’ van een groepje voortrekkers?

    Kortom, het stuk is een update op de ontstaansgeschiedenis van de huidige ict-situatie, maar geeft weinig nieuwe aanknopingspunten voor ‘hoe door te pakken’….

  2. Eus….ik mis de aandacht..of noem het doir docenten duiken voor digitale vaardigheden docenten. Wij kennen elkaar al een.paar jaar..stuk of 15….
    Ik ben het meestal met je eens…maar tijd en ontwikkeltijd is mijns inziens niet het grootste probleem.

  3. Toch moet je de factor tijd niet onderschatten. In Estland staan docenten maar 568 uur per jaar voor de klas. In Nederland 750 uur en in het MBO tot wel 1200 uur per jaar!
    Het is tijd voor kwaliteit!
    #POinactie, #MBOinactie en #VOinactie.

Reacties zijn gesloten.